Standbeelden van de prins en zeemeermin op het strand van Hat Sai Kaew op Ko Samet (Koh Samet), Thailand
Home » Kees on Tour (1990-91) » Thailand » Ko Samet: mijn tropische escape van vijf dagen

Ko Samet: mijn tropische escape van vijf dagen

Na mijn terugkomst in Bangkok van het tripje naar de Kwai Rivier plan ik al weer snel een volgende trip. Gisterenavond op Khao San Road kocht ik last-minute nog even een enkele reis met de bus en boot naar Ko Samet, het dichtstbijzijnde tropische eiland. Het eiland is niet groot: iets van 13 vierkante kilometer, er valt geen bal te zien, alleen maar strand. Baai na baai. Ik ga eens kijken hoe lang ik dat vol kan houden.

📖 Kees on Tour · wereldreis 1990-1991

🗓️ Maandag 30 juli t/m vrijdag 3 augustus 1990

⏱️ 10 min lezen · ✏️ Bijgewerkt juli 2026

⬅️ Vorige: Veelzijdig Bangkok: Wat Phra Kaew, Chinatown en Patpong

Op vakantie naar Ko Samet

Al vroeg word ik met een minibusje opgepikt voor mijn hostel. Maar als je denkt dat we gelijk vertrekken, dan heb je het mis. Er moeten nog weet ik waar allemaal mensen worden opgehaald. Ook op dit tripje laat ik mijn rugzak achter in het guesthouse in Bangkok en neem slechts een klein tasje mee met toiletartikelen, paspoort en een paar verschoningen. De vakantie op het tropische eiland kan beginnen!

Op kleine bootjes naar Ko Samet

Rond lunchtijd arriveren we in Ban Phe, het plaatsje waarvandaan de boten naar Ko Samet gaan. Het is een slaperig dorpje en als we uit het busje stappen geeft de chauffeur ons instructies waar we naar toe moeten voor onze boot. Die blijkt pas over twee uur te gaan. Dat geeft me weer wat tijd om wat brieven af te maken die ik al half begonnen was. Ik kies daarvoor een tafeltje op een terras uit tegenover de pier. Niet lang daarna stoppen er nog meer busjes en het terras begint zich al aardig te vullen met wachtende passagiers voor de boot naar Ko Samet.

Boot? Zeg maar gerust bootje. Als we het sein krijgen lopen we achter een mannetje aan dat ons voorgaat op de pier. Het zal aan mij liggen, maar ik zie nergens een boot liggen, anders dan enkele gammele vissersbootjes, maar die liggen hier de hele ochtend al. Ze komen met hun daken niet eens boven de pier uit. Toch worden we met een man of dertig tegelijk op zo’n schuitje gedirigeerd. Het is de bedoeling dat je vanaf de kade op het dak van het bootje springt en je daarna omlaag werkt naar het dek.

Water op rantsoen

Pruttelend zet onze boot zich dan in beweging voor de 40 minuten durende overtocht naar Ko Samet. En we worden allemaal nat. Door de harde wind slaan er flinke golven over het dek heen. Koh Samet is onderdeel van een nationaal park, dus zodra we van boord komen betaalt iedereen entreegeld voor dat park. En dan ligt het hele eiland aan mijn voeten en krijg ik al snel een hagelwit strand in het vizier. Er is plenty keuze uit accommodaties maar iemand gisterenavond op Khao San Road in Bangkok had me de naam van de Naga Bungalows gegeven. Een serie bungalows waar je ook zo’n goedkope A-frame hut kan huren, ideaal voor backpackers. De inrichting van mijn hut bestaat uit: één matras en één muskietennet. Meer heb je niet nodig. Er is geen elektriciteit en water is op rantsoen: 20 liter per hut per dag.


Eenvoudige bamboehut op palen tussen de bomen op Ko Samet in 1990
Zo’n bamboehut op palen huurde ik in 1990, zonder stroom en met water op rantsoen.

Strandhoppen

Op dinsdagochtend sta ik vroeg op, gebruik een paar liter water om me mee te wassen en vertrek voor een ochtendwandeling langs het strand. Je komt dan bij het volgende strand door een korte klimpartij over wat rotsen en kliffen. En zo gaat dat van strand naar strand, totdat er alleen nog maar rotsen en kliffen zijn en ik via een pad door het binnenland weer terugkeer bij mijn eigen strand. En dan wordt het tijd voor iets wat ik al veel eerder had moeten doen: een duik in het verfrissende zeewater. Prachtig en helder zeewater dat uitrolt over een schoon en wit strand en een pittige branding. Het zwemmen maakt vervolgens hongerig, maar daar hebben ze bij Naga Bungalows een prima restaurant voor. Alles wat ik nodig heb is hier binnen handbereik, ik wil hier niet meer weg.

Baai met houten vissersboten en eenvoudige bebouwing op Ko Samet in 1990
Het eiland in 1990: rustig, met houten boten en wat huisjes tussen de bomen.

Mokerslag

Woensdagochtend leen ik een boek uit de ‘bibliotheek’ van Naga Bungalows waarmee ik prompt in slaap val op het strand. Meteen als ik daar wakker word voel ik dat ik overal verbrand ben. Ik voel me ook moe en lusteloos en het eten dat ik ’s avonds bestel eet ik voor het grootste deel niet op. In de nacht komt de koorts die me als een mokerslag lam legt. Ik doe telkens korte slaapjes, waarna ik weer uren wakker lig. Ik zweet aan alle kanten terwijl ik niet weet hoe ik moet liggen vanwege mijn verbrande rug.

Op donderdagochtend sleep ik mij naar de kliniek in het dorpje van Ko Samet, waar een arts praktijk houdt. Ik krijg pillen om de koorts en de hoofdpijn te onderdrukken, een poedertje dat ik moet oplossen in water voor meer energie en een zinkoplossing voor op mijn verbrande plekken. En ze neemt bloed af voor de malariatest. Daarvan kan ik morgenochtend de uitslag horen. Ik verwacht niet dat ik dat heb, maar het is hier een standaardprocedure. Maar malaria is al een hele tijd niet voorgekomen in Thailand verzekert zij me. De rest van de dag zit ik als een dood vogeltje op de veranda van mijn hut en blijf zo veel mogelijk uit de zon.

Terug naar Bangkok

Op vrijdagochtend kom ik terug in de kliniek voor de uitslag van de bloedtest maar er is niets verontrustends gevonden. Het is gelijk ook mijn laatste dag op het eiland; ik heb een boot geboekt die om 1 uur vanmiddag vertrekt. Ik voel dat ik langzaam weer nieuwe energie begin te krijgen, hoewel de reis terug naar Bangkok nog wel afmattend is: in drie uur tot aan de stad, maar dan nog anderhalf uur door het idiote verkeer voordat ik waggelend uit het busje stap die me dan wel direct voor Bonny Guesthouse in Khao San Road afzet.

Het vervolg van mijn reis

Khao San Road: wat vind je er niet? ➡️

• • •

Ko Samet nu: het dichtstbijzijnde strandeiland bij Bangkok

Ruim dertig jaar na mijn dagboek is het eiland onherkenbaar veranderd

De Naga Bungalows uit mijn dagboek bestaan nog steeds, maar het eiland eromheen is onherkenbaar veranderd. Waar ik in 1990 een A-frame hut huurde zonder stroom en met twintig liter water per dag, ligt Ko Samet (ook geschreven als Koh Samet) nu vol met resorts, strandbars en restaurants. Sinds 1981 valt het eiland onder het nationaal park Khao Laem Ya, wat de veertien stranden grotendeels heeft behoed voor de wildgroei die andere Thaise eilanden trof. Ruwweg tachtig procent van het eiland is nog bos.

Wat onveranderd bleef, is de reden waarom Ko Samet zo populair is: het is het dichtstbijzijnde strandeiland bij Bangkok. Iets meer dan tweehonderd kilometer van de hoofdstad, zonder eigen vliegveld, bereikbaar via een korte overtocht vanaf het vissersplaatsje Ban Phe. Daarmee is het het rustige, kleinschalige tegenovergestelde van Pattaya, dat je op weg naar de boot letterlijk passeert.

Die ligging maakt Ko Samet ook interessant als tussenstop. Heb je een lange overstap in Bangkok op weg naar een verdere bestemming, dan sta je met een privétransfer vanaf luchthaven Suvarnabhumi binnen ongeveer drie uur op de boot naar het eiland. Genoeg voor een paar dagen strand voordat je weer verder reist.

Afgelegen baai met turquoise water en groene begroeiing op Ko Samet, Thailand
Het heldere water dat Ko Samet zijn reputatie bezorgde.

Praktische informatie voor Ko Samet

Hoe kom je er? Alle boten vertrekken vanaf Ban Phe, ongeveer drie uur rijden vanaf Bangkok of luchthaven Suvarnabhumi. De gewone veerboot doet er dertig tot vijfenveertig minuten over en meert aan bij Na Dan Pier, de hoofdpier in het noorden. Een speedboot is met tien tot twintig minuten sneller en zet je vaak direct af bij het strand van je accommodatie. Auto’s mogen niet mee naar het eiland; je parkeert bij de pier in Ban Phe. Reis je met bagage, kinderen of in een groep, dan is een privétransfer naar de pier in Ban Phe vanaf de luchthaven, Bangkok of Pattaya de meest comfortabele optie.

Entreegeld nationaal park. Bij aankomst betaal je toegang tot het nationaal park: 200 baht per volwassene en 100 baht per kind, kinderen onder de drie jaar gratis. Dat is eenmalig en geldt zeven dagen, dus bewaar je bonnetje.

Neem contant geld mee. Er zijn geen pinautomaten op het eiland. Zorg dat je voldoende baht bij je hebt voordat je de boot neemt.

Beste reistijd. Van november tot maart is het droog en aangenaam. In de weekenden en Thaise feestdagen kan het druk worden met dagjesmensen uit Bangkok; doordeweeks is het een stuk rustiger.

Vervoer op het eiland. De groene songthaews (pick-uptrucks) rijden als gedeelde taxi tussen de stranden. Wil je zelf op pad, dan huur je een scooter voor ongeveer 300 tot 400 baht per dag, al zijn veel wegen onverharde zandpaden.

Houten veerboten afgemeerd aan de pier op Ko Samet, Thailand
De veerboten die het eiland met het vasteland verbinden.

Zelf naar Ko Samet

Wil je het eiland ontdekken zoals ik het ooit deed, maar dan met wat meer comfort dan een A-frame hut zonder stroom? Dit zijn handige startpunten om je eigen reis te plannen.

Eilandhoppen en snorkelen. De mooiste kant van Ko Samet zie je vanaf het water. Rond het eiland liggen kleinere, onbewoonde eilanden met koraalriffen die je op een dagtocht bezoekt. Bekijk de snorkeltocht langs vijf of zes eilanden met lunch en ophaalservice vanaf je hotel.

Accommodatie. Van eenvoudige strandbungalows tot comfortabele resorts: het eiland heeft voor elk budget een plek aan of vlak bij het strand. Bekijk het aanbod van overnachtingen op Ko Samet en boek op tijd voor een plek direct aan zee.

Vlucht naar Bangkok. Ko Samet begint in Bangkok. Vergelijk de vluchtprijzen naar de Thaise hoofdstad en reis van daaruit door naar Ban Phe.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geverifieerd door MonsterInsights