Zonsondergang over de baai van Kupang op Timor met silhouetten van vissersboten, 1990
Home » Kees on Tour (1990-91) » Indonesië » Kupang op Timor: drie dagen op een non-toeristisch eiland

Kupang op Timor: drie dagen op een non-toeristisch eiland

18 Kilo geeft de weegschaal bij de incheckbalie van Garuda aan. Ik sta op de luchthaven van Bali in te checken voor mijn vlucht naar Kupang, de hoofdstad van het eiland Timor. En nu had ik eergisteren al wel weer voor ruim drie kilo aan goederen terug naar huis gestuurd, daarna heb ik net zo hard weer inkopen gedaan. Met name goedkope kleding. En omdat ik zo gierig was om geen geld uit te geven aan vervoer naar de luchthaven ben ik die twee kilometer vanuit Kuta komen lopen. Met dat zware ding op mijn rug. Ik hield me zelf maar voor dat een wandelingetje op de vroege ochtend geen kwaad zou kunnen.

📖 Kees on Tour · wereldreis 1990-1991

🗓️ Dinsdag 27 t/m donderdag 29 november 1990

⏱️ 12 min lezen · ✏️ Bijgewerkt juni 2026

⬅️ Vorige: Bali, de laatste twee dagen


Kupang, een non-toeristische bestemming

Ik vlieg naar Kupang, de hoofdstad van Timor. De vlucht wordt uitgevoerd door een Fokker F28 van Garuda, terwijl ik het ticket bij Merpati heb gekocht. Dan blijkt dat ook de crew uit mensen van Merpati bestaat. Met die maatschappij krijg ik later nog te maken.

Voor me liggen drie dagen op het eiland Timor. Het is een totale non-toeristische bestemming. De reizigers die er komen gebruiken Kupang als hub naar de veel bezienswaardigere buureilanden Flores en Sumba. Of, net als ik, als tussenstop tussen Bali en Darwin. Er gaat wekelijks maar één vlucht van Kupang naar Darwin en ook maar een paar keer per week een goedkope vlucht tussen Bali en Kupang. En die vluchten sluiten nou niet zo lekker op elkaar aan, vandaar mijn wat lange oponthoud hier.

Aankomst op Timor

Nu zal Timor (dat veel groter is dan Bali) vast wel z’n aantrekkelijke kanten hebben. Maar het ontbreekt me gewoon aan tijd om dit eiland net zo uitgebreid te bereizen als ik deed op Java en Bali. Mijn visum verloopt over een paar dagen. Dus zal ik deze drie dagen in Kupang moeten zien door te brengen.

Luchtfoto van de kust van Kupang op Timor, kort voor de landing met de Fokker F28
Kort voor de landing met de Fokker F28 in Kupang, de hoofdstad van Timor.

We landen op het kleine, wat kale luchthaventje van Kupang. De bagage wordt vanuit het vliegtuig één voor één de loods ingedragen. De loods die door moet gaan voor ’terminal’. Deze hele procedure neemt een half uur in beslag, want er zijn maar twee mensen beschikbaar voor dit werk. En geloof het of niet, maar mijn rugzak komt als allerlaatste uit het vrachtruim. Tergend langzaam loopt één van de twee enige personeelsleden op de luchthaven met mijn rugzak naar de bagageband. Die slechts een paar meter lang is.

Een Fokker F28 van Garuda op een klein luchthaventje, 1990
De Fokker F28 waarmee ik uit Denpasar ben aangekomen op de luchthaven van Kupang op Timor.

Roestige botswagentjes

Taxi’s op het eiland zijn in de vorm van een pick-up. Spring maar achter in de bak, alle taxi’s gaan richting de stad. Op aanraden van een man met snor (dat zie je verder nergens in Indonesië) laat ik mij afzetten bij de Taman Ria Beach Inn. Daar zijn goedkope kamers en je zit ook gelijk aan het strand. Het blijkt een soort van guesthouse bij een vervallen pretparkje. Overal staan roestige botswagentjes in de tuin, er is een half gemold mini-reuzenrad en er op het strand staat een prieeltje dat onderhevig is aan betonrot. Mwah, hier red ik me wel voor een dag of drie.

Uitzicht over de baai van Kupang op Timor, zonder enig spoor van toerisme
Uitzicht over de baai waar Kupang aan ligt; geen spoor van toerisme hier.

Renteloze lening

Zodra ik gesetteld ben en mijn bagage achter heb kunnen laten ga ik de stad in. Er moet namelijk nog wat geregeld worden bij Merpati. Mijn vlucht naar Darwin van a.s. vrijdag dient te worden herbevestigd. Maar dan komt er een kink in de kabel. Ik moet namelijk, om Australië binnen te komen, in het bezit zijn van een retourticket. En ik heb natuurlijk alleen maar een enkele reis gekocht. En verder niks. Tja, ik had dat natuurlijk kunnen weten. In mijn werk op het reisbureau ook al zo vaak bij de hand gehad. Verkoop nooit een enkele reis ticket zonder een tweede ticket waarmee je het land weer verlaat.

“Aha meneer, u kent het klappen van de zweep” lijkt hij te denken

De truc die je moet toepassen is dan om een duur retourticket te kopen, waarvan je de niet gebruikte terugreis achteraf terugbetaald krijgt. En dat is dan ook precies wat ik voorstel. De beambte van Merpati kijkt me doordringend aan. “Aha meneer”, lijkt hij te denken, “U kent het klappen van de zweep”. Desalniettemin tast ik nog maar eens diep in de buidel voor een refundable ticket terug naar Kupang, dat ik natuurlijk never nooit ga gebruiken. Maar ik zal dat na aankomst in Darwin terug kunnen claimen. Een soort renteloze lening aan Merpati dus.

Een vervallen prieel met betonrot op het strand bij de Taman Ria Beach Inn

’s Avonds komt Kupang tot leven

De Timorezen zien er weer totaal verschillend uit dan hun landgenoten op Java en Bali. De Aziatische trekjes vervallen hier geleidelijk en de mensen hebben veel meer een uiterlijk dat lijkt op de mensen die in de Pacific wonen. Grote ronde ogen en krulletjeshaar. En hier geen islam zoals op Java. Ook geen hindoeïsme zoals op Bali. Nee, hier is iedereen weer katholiek.

De dagen op Timor slijt ik verder in en rond mijn verblijfplaats bij het strand, waar ik avond na avond getrakteerd word op het schouwspel van sublieme zonsondergangen. En zodra de zon onder is gegaan zie je ook het stadje opleven. Overdag is Kupang nogal een ingedut plaatsje, maar ’s avonds komen als eerste de voedselkraampjes naar buiten en zie je de stad met allerlei neonverlichting opleven. Het aantal mensen op straat stijgt dan explosief en er heerst een hele gemoedelijke en gezellige sfeer. De winkels gaan dan allemaal weer open, taxi’s rijden rond vol kerstboomverlichting en de mensen zijn blij en opgewekt. Ik gebruik de avonden om nog voor het laatst van de heerlijke Indonesische gerechten te genieten.

Het vervolg van mijn reis

Een nieuwe start in Darwin ➡️

Zonsondergang boven de zee bij Kupang op het eiland Timor
Het blijft een lastige klus om aan te geven welke van de drie zonsondergangen die ik op Timor heb gezien de mooiste was.
• • •

Kupang nu: van tussenstop naar bestemming

Word je nieuwsgierig naar West-Timor? Hieronder vind je achtergrond én praktische tips voor je eigen reis.

Toen ik in 1990 in Kupang strandde, was het een plek van waaruit je vooral het land kon verlaten. Een hub met te weinig vluchten, een vervallen pretparkje aan het strand en drie dagen die ik moest zien door te komen. Ruim dertig jaar later is er verrassend weinig veranderd aan dat basisgevoel, en juist dát maakt West-Timor nu interessant. Terwijl Bali en Lombok volstroomden, bleef dit deel van Indonesië buiten het massatoerisme.

Een paar dingen zijn wél anders. De luchthaven die ik beschreef als een loods met twee man personeel heet tegenwoordig El Tari Airport (KOE) en is een normale regionale luchthaven. Merpati, de maatschappij waar ik mijn renteloze lening aan verstrekte, ging in 2014 failliet. En het oostelijke deel van het eiland, destijds nog door Indonesië bezet, werd in 2002 het onafhankelijke land Timor-Leste (Oost-Timor). Kupang ligt nu dus in de Indonesische provincie Oost-Nusa Tenggara, vlak bij een internationale grens.

Wat hetzelfde bleef: Kupang is nog altijd vooral een opstapplek. Maar waar reizigers vroeger doorvlogen naar Flores of Sumba, weten steeds meer mensen dat West-Timor zelf de moeite waard is. Traditionele dorpen waar de tijd lijkt stil te staan, een nachtmarkt vol gegrilde vis, en een kust met zonsondergangen waar ik in mijn dagboek al niet over uitgepraat raakte.

Wat is er te doen in en rond Kupang?

De stad zelf

Kupang is geen stad van grote bezienswaardigheden, maar wel van sfeer. In het oude havengedeelte staan nog Nederlandse koloniale resten: pakhuizen, woningen en een oude begraafplaats uit de tijd dat de stad Koepang heette en een belangrijke handelspost van de VOC was. Het Museum van Oost-Nusa Tenggara geeft een aardig overzicht van de textiel, gebruiken en geschiedenis van de regio.

Waar de stad echt tot leven komt, is ’s avonds op de Pasar Malam, de nachtmarkt. Precies zoals ik het in 1990 beschreef: overdag een ingedut plaatsje, na zonsondergang een uitbarsting van kraampjes, neonverlichting en mensen op straat. Hier eet je verse vis van de barbecue en proef je Daging Se’i, het gerookte rund- of varkensvlees waar de regio om bekendstaat.

In de omgeving

Op een uurtje rijden vind je natuur die de moeite waard is. De Crystal Cave (Goa Kristal) is een grot met een helder zoetwaterbassin waarin je kunt zwemmen. De Oenesu-waterval valt in meerdere trappen naar beneden en is een geliefd weekenduitje onder locals. Aan de kust liggen rustige stranden zoals Tablolong, met uitzicht op de eilandjes Semau en Rote.

Powered by GetYourGuide

De traditionele dorpen

Het meest bijzondere van West-Timor zit in het binnenland. Rond het plaatsje So’e liggen dorpen waar de oude cultuur nog levend is. Het bekendste is Boti, een afgelegen dorp waar een lokale koning heerst over een gemeenschap die haar eigen tradities en negendaagse week tot op de dag van vandaag in stand houdt. Het is niet eenvoudig te bereiken (de laatste kilometers gaan over een onverharde weg) en een bezoek vraagt respect voor lokale gebruiken, maar wie de moeite neemt, ziet een kant van Indonesië die elders bijna verdwenen is.

West-Timor als opstap naar de Kleine Soenda-eilanden

Net als in mijn verhaal is Kupang het knooppunt voor de eilanden eromheen, en dáár ligt voor veel reizigers de echte trekpleister. Vanuit Kupang reis je verder per vliegtuig (vanaf El Tari) of per ferry (vanaf de haven) naar:

  • Rote, het meest zuidelijke eiland van Indonesië, geliefd bij surfers om de golven bij Nemberala. Met de ferry vanuit Kupang in een paar uur te doen.
  • Alor, een afgelegen eiland met spectaculaire duik- en snorkelplekken en hartelijke bewoners.
  • Flores, met de driekleurige kratermeren van de Kelimutu-vulkaan en de toegang tot Komodo.
  • Sumba, bekend om zijn eigenzinnige cultuur, geweven ikat-stoffen en lege witte stranden.

Wie West-Timor combineert met een of meer van deze eilanden, maakt een reis door een deel van Indonesië waar het massatoerisme nog altijd niet is doorgedrongen. Precies zoals het was toen ik er met mijn rugzak strandde, alleen weet je nu vooraf waar je aan begint.

Praktisch: hoe kom je in Kupang?

Erheen reizen

Er is geen rechtstreekse vlucht vanuit Nederland; je reist altijd via minimaal één overstap, meestal Jakarta of Denpasar (Bali). Vanaf Bali zijn er dagelijkse binnenlandse vluchten naar Kupang. De aansluiting is tegenwoordig een stuk soepeler dan in mijn tijd, toen ik drie dagen moest wachten op een verbinding vanuit Bali.

Beste reistijd

De droge tijd loopt grofweg van april tot november en is de beste periode voor West-Timor en de omliggende eilanden. In het droge seizoen zijn de wegen naar de binnenlanddorpen beter begaanbaar. Bij de kust kun je dan ook de traditionele zoutwinning zien, waarbij zeewater indikt in rijen grote zeeschelpen, een techniek die afkomstig is van het eiland Rote. De watervallen staan dan juist minder vol, dus het is een afweging.

Rondreizen

West-Timor leent zich niet voor een kant-en-klare pakketreis. De afstanden, de eenvoudige infrastructuur en de afgelegen dorpen maken dit bij uitstek een gebied voor maatwerk: een reis op maat met lokale gids en chauffeur, of als onderdeel van een groepsrondreis die de Kleine Soenda-eilanden aaneenrijgt. Verderop vind je een paar betrouwbare aanknopingspunten om zo’n reis te laten samenstellen.

Dagtochten vanuit Kupang

Kupang heeft een handvol mooie uitstapjes binnen een uur rijden: de Crystal Cave met zijn heldere zoetwaterbassin, de getrapte Oenesu-waterval en het rustige Tablolong Beach. Een lokale gids regelt vervoer en context, zodat je in één dag de hoogtepunten rond de stad ziet.

🎟️ Bekijk dagtochten en tours vanuit Kupang

Zelf naar Kupang reizen

De meeste reizigers komen in Kupang aan vanuit Bali. Vanaf Denpasar vliegt het in ongeveer twee uur, en het is de logische aansluiting op je internationale vlucht. Wie verder de archipel in trekt, vindt vanaf Kupang ook directe hops naar Flores en de eilanden eromheen.

✈️ Vergelijk vluchten van Bali naar Kupang

Overnachten doe je het makkelijkst in de stad zelf, dicht bij de Pasar Malam en de kust. Veel reizigers gebruiken Kupang als uitvalsbasis voor Rote, Alor of Flores.

🛎️ Bekijk hotels in Kupang

Een rondreis langs West-Timor en de Soenda-eilanden

West-Timor laat zich het mooist beleven als onderdeel van een grotere reis door de Kleine Soenda-eilanden, de keten ten oosten van Bali waar Flores, Sumba, Komodo en Timor toe behoren. Het gebied vraagt om eenvoudige accommodaties, lange reisdagen en een flexibele instelling, maar beloont je met een Indonesië dat het massatoerisme nooit heeft gevonden.

Een groepsrondreis langs Timor, Sumba en Bali rijgt de traditionele dorpen van Timor (waaronder Boti) aaneen met de weversdorpen van Sumba en sluit af op Bali.

Wil je vooral Flores, Komodo en de vulkanen zien, dan brengt een rondreis over de Kleine Soenda-eilanden je oog in oog met de varanen en langs de driekleurige kratermeren van de Kelimutu.

Wat in 1990 een noodgedwongen oponthoud was, blijkt achteraf precies het soort plek waar reizen om draait. Geen programma, geen bezienswaardigheden die je móét afvinken, alleen drie avonden kijken naar een zonsondergang en een stadje dat na donker tot leven komt. West-Timor heeft die rust al die jaren weten te bewaren. Wie er nu heen gaat, doet dat niet meer noodgedwongen, maar met opzet. En dat is misschien wel de beste reden om te gaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geverifieerd door MonsterInsights