Ik wil vandaag een bezoek brengen aan de oude stad (Kota Tua) van Jakarta, het voormalige Batavia. Maar eerst moet ik een cashflow probleempje oplossen. Niet dat ik te weinig geld heb, maar ik heb telkens te laat in de gaten dat ik naar de bank moet om een travelers cheque in te wisselen in ruil voor wat locale pecunia. In dit geval dus roepia’s. Ik heb gisteren nog kunnen teren op de roepia’s die ik in Singapore in ruil voor mijn Singapore dollars had gekregen, maar vanochtend heb ik niet eens geld voor ontbijt in de guesthouse. Dat roept om actie.
📖 Kees on Tour · wereldreis 1990-1991
🗓️ Woensdag 3 oktober 1990
⏱️ 7 min lezen · ✏️ Bijgewerkt juni 2026
⬅️ Vorige: Mijn reis van Singapore naar Jakarta
Inhoudsopgave
Naar Kota Tua, de oude stad van Jakarta
Onderweg naar de bank koop ik bij een straatventer nog snel even een pannenkoek van mijn laatste honderd roepia’s. Gelukkig zijn de banken hier al vroeg open en kan ik met een stapeltje geld in mijn zak mijzelf een uitgebreid ontbijt in één van de restaurantjes in Jalan Jaksa aanschaffen. Daarna staat niets mij meer in de weg om een bezoek te brengen aan de oude stad van Jakarta, met gebouwen uit de koloniale tijd toen Jakarta nog Batavia heette.
Het deel van de stad waar ik dit alles kan vinden heet tegenwoordig Kota. En vanaf het Merdekaplein gaat daar een bus met airco heen. Een bus die berucht schijnt te zijn vanwege de vele zakkenrollers die hier opereren. Het is namelijk een lijn die juist door toeristen veel wordt gebruikt. Mijn proefkonijn en voorganger broer Bart heeft zich op zijn reis destijds op deze bus helemaal leeg laten roven, dus ik ben gewaarschuwd en gewapend met een vlijmscherpe blik.

Het Stadhuys
Maar natuurlijk gebeurt er niets en stap ik ongedeerd ter hoogte van het treinstation uit. Ik loop naar de Taman Fatahilah toe, het voormalige Stadhuisplein van Batavia. Aan dit plein met kinderhoofdjes is het meest in het oog springende gebouw het voormalige stadhuis dat uit 1710 stamt. En als je daar sec naar kijkt, en je vergeet de vochtige hitte en alle tafereeltjes om je heen, dan zou je zweren dat je ergens in een Nederlandse provinciehoofdstad naar het locale stadhuis zit te kijken.

In het Stadhuys ga ik kijken of je er een rondleiding kan krijgen, maar ze hebben niet op een nieuwsgierige Nederlandse backpacker gerekend. Er staan wat zaken tentoongesteld maar veel is er binnen niet te zien behalve dat je de sfeer van vergane jaren kan opsnuiven. Alles ruikt er gewoon nog naar 1840 of zo.
Ook aan dit plein vind ik het Wajang Museum. Voor weinig roepia’s verschaf ik mij de toegang en loop langs stoffige kabinetten vol met niet alleen Indonesische wajangpoppen, maar ook uit andere landen zoals China, Vietnam, en zelfs ook oude bekenden uit Nederland. Daar hangen ze in het verre Jakarta: Jan Klaassen en Katrijn.

Dampende grachten
Zodra je het plein in de oude stad van Jakarta verlaat, ben je weg uit het koloniale tijdperk van Batavia en sta je weer oog in oog met het hedendaagse Jakarta. En dat is nou niet echt de plek waar de stad zich van haar fraaiste kant laat zien. Ik ben dwars door China, Thailand en Maleisië getrokken en in lang niet overal even hygiënische omstandigheden. Maar nooit had ik verwacht dat juist een voormalige Nederlandse kolonie er zo’n onbeschrijfelijke bende van gemaakt heeft. Wat je ziet is een gracht met een oud-Hollandse ophaalbrug. Doe je je ogen half dicht, dan zou je zweren dat je ergens in Leiden of Amsterdam was.

De inhoud van de dampende gracht brengt je weer op twee benen terug in Indonesië. Zouden foto’s van deze gracht op de voorpagina’s van de reisfolders prijken in plaats van Conimex-tafereeltjes met sawa’s, waterbuffels en een dampende vulkaan op de achtergrond, dan zou geen Nederlander het in z’n hoofd halen een vakantiereis naar dit land te boeken. Een schokkend gezicht. Juist vanwege het contrast met die Hollandse ophaalbrug.

Bedrijvigheid in de haven
Nadat ik een tijdje verbijsterd heb staan kijken loop ik weg in de richting van de oude haven van Jakarta, Sunda Kelapa. Een kade vol met houten schoeners met een enorme bedrijvigheid. De schepen worden met de hand geladen en gelost. Mannetjes die over de wankele en doorbuigende loopplanken met gezwinde spoed aan en af lopen. Vanuit deze haven worden vrachten door de hele archipel verscheept. Ik blijf er een poos rondhangen.
Terug op het Taman Fatahillah neem ik plaats in het gezellige ouden theehuis tegenover het oude stadhuis voor een drankje. Een mooie plek om al deze ervaringen eens te laten bezinken.
Het vervolg van mijn reis



Hoe heette Jakarta vroeger?
Jakarta heette vroeger Batavia — een naam die de stad droeg van 1619 tot 1942, toen de Nederlanders er de hoofdstad van hun koloniale rijk vestigden. Na de Japanse bezetting en de Indonesische onafhankelijkheid werd de naam definitief vervangen door Jakarta, maar het historische hart van de stad — Kota Tua, de ‘oude stad’ — draagt die koloniale geschiedenis nog altijd zichtbaar met zich mee.
Het gebied dat ik in mijn dagboek “Kota” noem, en dat destijds nog door iedereen Batavia werd genoemd, heet tegenwoordig officieel Kota Tua — Bahasa Indonesia voor ‘oude stad’. Dezelfde straten, hetzelfde plein, hetzelfde stadhuis.Maar wat ik in 1990 zag was een vervallen buurt met vervuilde grachten en een sfeer van vergane glorie. Dat beeld klopt al lang niet meer. Kota Tua Jakarta is de afgelopen decennia flink opgeknapt. Het Fatahillahplein is autoluw, de bestrating is vernieuwd en de koloniale gevels zijn gerestaureerd. De berucht stinkende Kali Besar — de gracht vlak bij het plein — is onderdeel geweest van een grootschalig saneringsproject. Er zijn fietspaden aangelegd, er zijn koffietentjes en restaurants gekomen, en het hele gebied ademt nu een stuk meer de sfeer van een levend erfgoedgebied dan van een verwaarloosde wijk.
De musea zijn verbeterd en beter ontsloten. Het Wayang Museum, het Fatahillah Museum (het oude stadhuis) en het Bank Indonesia Museum liggen allemaal op loopafstand van het centrale plein. De haven van Sunda Kelapa is nog altijd een indrukwekkende plek — de houten schoeners liggen er nog steeds, al is de bedrijvigheid minder dan vroeger.
Eén grote verandering in de bredere context: Jakarta is niet meer de officiële hoofdstad van Indonesië. Die rol is overgenomen door Nusantara, de nieuwe hoofdstad in Oost-Kalimantan. Jakarta blijft echter het economische en culturele hart van het land — en Kota Tua is en blijft het historische hart van Jakarta.
Praktisch: Kota Tua Jakarta bezoeken
Wat je moet weten voor je eigen reis
Bereikbaarheid: Met de MRT (lijn 1) tot station Stasiun Kota — dat loopt direct naar het hart van de oude stad. Alternatief: Grab of Gojek tot aan de rand van het voetgangersgebied.
Wayang Museum: di t/m zo, 09:00–15:00 uur. Gesloten op maandag. Entree ca. Rp 10.000–15.000 (volwassenen); buitenlandse bezoekers Rp 50.000.
Fatahillah Museum (het oude stadhuis): di t/m zo, 09:00–15:00 uur. Gesloten op maandag. Entree Rp 10.000.
Sunda Kelapa haven: Vrij toegankelijk, kleine havenbijdrage ter plekke. Vroeg in de ochtend is de bedrijvigheid het grootst.
Tip: Ga vroeg — voor de hitte en de drukte. Neem comfortabel schoeisel mee, want het plein ligt nog steeds op de originele kinderhoofdjes.

Vluchten naar Jakarta zoeken? Vergelijk vliegtickets vanuit Nederland naar Jakarta via Skyscanner. → Zoek vluchten naar Jakarta via Skyscanner
Een hotel boeken in Kota Tua Jakarta? Het Mercure Jakarta Batavia ligt direct aan het Fatahillahplein — hartje oud-Batavia. Vergelijk prijzen en beschikbaarheid via Booking.com. → Bekijk hotels in Kota Tua Jakarta



There is 1 comment
You must visit Indonesia again, especially the Stadhuis. It’s different now. Check my blog
http://masfebjalanjalan.blogspot.co.id/2014/12/jelajah-kota-tua-episode-1-stasiun-beos.html