TravelKees

Aanrijding in de woestijn

Vannacht hebben we zonder tent buiten, op een picknickplaats langs de Stuart Highway kunnen slapen onder een sterrenhemel die ik niet eerder in deze helderheid heb kunnen aanschouwen. De melkweg was vannacht het dak van mijn slaapkamer. Ik heb zeker nog een uur lang op mijn rug naar de melkweg liggen kijken. De temperatuur zakte niet onder de 25 graden dus zelfs een slaapzak was overbodig. 

Publicatie van de dagboeken van mijn wereldreis van 1990 - 1991 
zaterdag 15 december 1990

Lees hier waarom.

Road Trip door Australië – deel 2

We hebben een eenvoudig ontbijt van thee, fruit en wat biscuit. Om half negen zijn we gereed voor de tweede etappe van de trip door de outback met als eindbestemming Rochester, in de staat Victoria. Het landschap is onveranderd desolaat en vlak. Eigenlijk niks aan maar toch ook weer wel. Een foto ervan zou saai uitpakken, maar om als individu deel uit te maken van deze enorme ruimte, dat voelt toch wel even anders.

Christine zit weer aan het stuur en ze is gelijk goed op dreef. In een uur tijd rijdt ze eerst een grote kraai aan, en daarna nog één of twee kleinere vogels. Twee mini-drama’s. Ze legt uit dat ze nooit maar dan ook nooit remt voor dieren op de weg. That’s the law of the Track*, de wet van de weg.

Remweg van een kilometer

Een wat groter drama kondigt zich even later aan. Op twee kilometer van Glendambo, een gehucht met een benzinestation, road house en een pub, komt op de andere weghelft een road train in onze richting aandenderen. Road trains zijn trucks met twee en soms wel drie opleggers, die alleen over de wegen in de outback rijden. Zijn ze eenmaal op gang, dan hebben ze een remweg van ongeveer een kilometer. Die remmen dus ook nergens voor. Niet voor dieren maar ook niet voor personenauto’s.

Als dat hele gevaarte op geen honderd meter afstand meer van ons is, ontwaren we een kleine groep van drie of vier emoe’s, die op een drafje door de berm lopen, evenwijdig aan de weg. De emoe’s schrikken zo van het gebulder van de enorme truck, dat ze hals over de kop oversteken. Vlak voor de road train langs. Maar wel te dicht op onze auto. Helaas kan Christine één dier niet meer ontwijken en in een flits zie ik het ranke dier, ter grootte van een kleine struisvogel onder de auto verdwijnen en voel vrijwel onmiddellijk een doffe dreun onder de auto. Kaboem! Christine slaagt er in de wagen op de weg te houden en zet hem, zodra het kan, langs de kant.

A bloody mess

Als we uitstappen zien we aanvankelijk niet veel vanwege de stofwolk die de road train nog achter zich heeft gelaten. Maar het duur niet lang of we zien het zwaar gewonde dier op de weg aan het stuiptrekken. De emoe leeft nog wel maar één poot is gebroken, er zit een gapende wond in z’n zij en de nek is ontveld. Een akelig gezicht. Een andere wet van de weg is, dat je aangereden dieren niet op de weg mag laten liggen in verband met het gevaar voor het overige verkeer.

We haasten ons naar de auto op zoek naar iets zwaars om daarmee het dier uit zijn lijden te verlossen. Christine pakt de krik en geeft mij de eer. De eerste klap is mis. Het dier ziet dat nog aankomen en trekt in een reflex zijn kop opzij. Dan zet ik mijn voet op zijn hals waardoor hij zijn kop niet meer kan bewegen. Bij de volgende klap is het raak op zijn kop en dan voelt hij niets meer. De andere dieren lopen een beetje ongemakkelijk achtjes in de bush op een meter of tien van de weg. Maar echt dichterbij komen ze niet. Het wegslepen van de dode emoe kost ook nog een paar zweetdruppeltjes. Het is een fors en volwassen exemplaar. “What a bloody mess” is het enige dat Christine nog uit weet te brengen waarna we zwijgend terug naar de auto lopen.

aanrijding in de woestijn

Bijna Europees

Na dit incident neem ik het stuur weer over. Christine valt in slaap en ik rijd zo goed als non stop de 284 kilometer naar Port Augusta. We stoppen alleen voor een foto van de zoutmeren van het Lake Gairdner National Park. Eindelijk weer eens wat afwisseling van het landschap. En het is niet de enige afwisseling, want in het oosten verschijnt een bergrug en we passeren een spoorlijn, een teken van leven in deze desolate vlakte. Bij het bereiken van Port Augusta zijn we voor het eerst sinds ons vertrek uit Alice Springs weer in een plaats van enige betekenis. Én Port Augusta ligt aan de Spencer Gulf, een inham van de oceaan. Ik heb Australië van noord naar zuid doorkruist!

Lake Gairdner

We rijden langs de spierwitte zoutvlakten van het Lake Gairdner National Park.

We stoppen bij een road house voor lunch en ik neem er ook even een douche. Het bloed van de emoe zit op best wel veel plekken. Na Port Augusta nemen we een afslag en steken een heuvelrug over richting Wilmington. Hier staat ook het eerste bord naar Sydney (1552 km). We hebben de outback achter ons gelaten. Hier een mooi rollend heuvellandschap, nog wel enigszins droog, maar veel bomen en begroeiing en steeds meer dorpjes en stadjes. Het doet bijna Europees aan. In de buurt van Auburn slaan we voor de tweede keer deze tocht ons kamp op in een landschap dat totaal anders is dan dat rond het kamp dat we vanochtend verlieten. In de bomen boven ons kampement hele zwermen van Galah-parkieten: grijs met roze van kleur. We laten ze maar met rust. Er zijn al genoeg vogels om zeep geholpen vandaag.

*Track = de Stuart Highway, de snelweg die Port Augusta in het zuiden van Australië verbindt met Alice Springs en Darwin.

zonsondergang

Het uitzicht vanuit onze kampeerplek bij Auburn aan het einde van een bewogen dag.

Een gedachte aan “Aanrijding in de woestijn

  1. Pingback: Road trip langs de Murray River - TravelKees

Geef een reactie